NIEUWS | BELEID EN REGELGEVING

Mestbeleid 2006 e.v. (Ministerie LNV)

Nederland

Agrariërs in Nederland hebben vanaf 2006 te maken gekregen met nieuwe mestregels. Er gelden zogenoemde gebruiksnormen. Deze stellen een maximum aan de hoeveelheid meststoffen die een agrariër mag gebruiken. Er zijn drie soorten gebruiksnormen:

  1. een gebruiksnorm dierlijke mest. Deze norm is uitgedrukt in kilo's stikstof. De norm geeft aan hoeveel dierlijke mest ieder jaar per hectare landbouwgrond mag worden gebruikt;
  2. een stikstofgebruiksnorm. Deze geeft aan hoeveel stikstof in totaal per hectare per jaar mag worden gebruikt. Van dierlijke mest en andere organische meststoffen telt daarbij alleen de werkzame stikstof mee. Ook kunstmest telt hierbij mee. 
  3. een fosfaatgebruiksnorm. Die bepaalt hoeveel fosfaat in totaal per hectare per jaar mag worden gebruikt. Dierlijke mest en andere organische meststoffen en kunstmest tellen hierbij mee. 
De gebruiksnormen bepalen dus de ruimte die u heeft voor het bemesten van uw gewassen met stikstof en fosfaat. We noemen dat de gebruiksruimte. Ieder bedrijf heeft een gebruiksruimte voor dierlijke mest, een voor stikstof en een voor fosfaat. U mag de gebruiksruimte van uw bedrijf niet overschirjden, voor geen van de drie normen.
 
Zie hier voor meer informatie over het Nederlands mestbeleid:
 
 TIP                                                                                                                   
Power Start Feed                                                                                                  
Doordat de gebruiksnormen steeds naar beneden worden bijgesteld en de ruimte voor het gebruik van kunstmest afneemt, is een betere benutting van stikstof en fosfaat noodzakelijk. Hierdoor komen er nieuwe varianten van kunstmest op de markt. Een van deze varianten is de Power Start Feed, die wij kunnen toedienen met onze achtrijige maïszaaier. In tegenstelling tot andere bemestingsvormen wordt deze toegediend op het zaad, waardoor met minder stikstof en fosfaat per hectare hetzelfde of meer bereikt wordt. De Power Start Feed zorgt voor een betere wortelgroei, jeugdontwikkeling en kolfzetting.
 

Vanggewas zaaien verplicht!

Het zaaien van een vanggewas/groenbemester na het oogsten van de maïs is verplicht. Daarbij waren al de gewassen gras, winterrogge, bladkool en bladrammenas toegestaan. Inmiddels is besloten om ook de gewassen wintertarwe, wintergerst en triticale te gedogen als vanggewas na maïs op zandgrond.

De meest geschikte vanggewassen zijn Italiaans Raaigras en rogge. Tussen rassen binnen deze soorten bestaan slechts minieme verschillen in het vermogen om stikstof in boven- en ondergrondse delen vast te leggen. Wanneer het vanggewas in het voorjaar flink begint te groeien is het juiste moment aangebroken om het gewas dood te spuiten of te scheuren. Dat mag vanaf 1 februari, maar het is meestal in de maand maart. Belangrijk hierbij is dat de bewerking ervoor zorgt dat de groei stopt. Bij het scheuren van het vanggewas is het belangrijk dat het enigszins gemengd wordt met de bovengrond. Hierdoor wordt de mineralisatie gestimuleerd.
Het vanggewas met een lichte dosering glyfosaat doodspuiten is ook een goede en goedkope optie, vooral als bewerken door natte omstandigheden niet mogelijk is. Hierdoor komt de mineralisatie/vertering sneller en beter op gang, zijn de mineralen beschikbaar wanneer de plant ze nodig heeft en het verkort aaltjesvermeerdering.

De verplichting om na maïs een vanggewas te telen komt volledig voort uit de noodzaak om stikstof beter te benutten. Dreigende opbrengstreducties als gevolg van het nieuwe Mestbeleid kunnen zo worden beperkt. Vanggewassen leveren daarnaast een bijdrage aan de organische stofvoorziening van ca. 500 kg effectieve organische stof per ha, vergelijkbaar met een gift van 15 m³ rundveedrijfmest per ha. Ook neemt het vochthoudende vermogen en de draagkracht toe naarmate de lichte gronden meer organische stof bevatten. De verplichte teelt van een vanggewas na maïs geldt niet op kleigrond.